Op 23 september 2026 werd de Wet van 22 juli 2026 tot invoeging van boek 7 “Bijzondere contracten” in het Burgerlijk Wetboek gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Boek 7 treedt op 1 september 2027 in werking.
De hervorming van het bijzondere contractenrecht steunt op vier pijlers: (i) vereenvoudiging, (ii) herstructurering, (iii) coherentie en (iv) een rechtsvergelijkend perspectief. Boek 7 brengt de versnipperde en vaak verouderde regels over bijzondere contracten samen in één helder en coherent kader. Daarbij worden de toepasselijke beginselen en terminologie van de verschillende contractuele regimes op elkaar afgestemd en scherp gesteld, en krijgt de regelgeving een meer overzichtelijke structuur.
Wat verandert er nu concreet? In dit artikel belicht KPMG Law de impact van Boek 7 op de regelgeving inzake dienstenovereenkomsten, de koop van roerende goederen en de dading. Voor de gevolgen van Boek 7 voor de koop van onroerende goederen en huurovereenkomsten, verwijzen wij graag naar het uitgebreide artikel van ons Real Estate-team.
De koop van roerende goederen
Afscheid van het begrip “verborgen gebrek”
Wat betreft de koopovereenkomsten springt vooral in het oog dat Boek 7 definitief afscheid neemt van het klassieke onderscheid tussen zichtbare en verborgen gebreken. In de plaats komt een ééngemaakt conformiteitsbegrip. Een goed is conform wanneer het beantwoordt aan wat contractueel werd overeengekomen én voldoet aan wat de koper redelijkerwijze mag verwachten.
De verkoper blijft verantwoordelijk voor de conformiteitsgebreken die op het ogenblik van levering van het goed minstens in de kiem bestaan. De verkoper is daarentegen niet verantwoordelijk voor gebreken die na de levering ontstaan.
Afschaffing vermoeden van kwade trouw van de fabrikant en gespecialiseerde verkoper
Daarnaast doet Boek 7 afstand van het vermoeden van kwade trouw in hoofde van de fabrikant en de gespecialiseerde verkoper.
Het Hof van Cassatie oordeelt al geruime tijd dat de fabrikant en de gespecialiseerde verkoper verplicht zijn een gebrekenvrije zaak te leveren en alle nuttige maatregelen moeten nemen om mogelijke gebreken op te sporen. Die verplichting geldt als een resultaatsverbintenis, zodat zij daaraan enkel konden ontsnappen door de onnaspeurbaarheid van het gebrek aan te tonen, wat in de praktijk nauwelijks mogelijk bleek. Daaruit volgde dat fabrikanten en gespecialiseerde verkopers geacht werden de gebreken te kennen en dus te kwader trouw te zijn.
Boek 7 neemt afstand van deze in de rechtspraak ontwikkelde regel, zodat fabrikanten en gespecialiseerde verkopers zich in de toekomst in principe wel contractueel kunnen bevrijden voor conformiteitsgebreken ten aanzien van hun professionele klanten. Ten aanzien van consumenten kan dit evenwel niet, aangezien de wettelijke regeling van dwingend recht is.
Termijnen en sancties
Boek 7 herziet onder meer ook enkele toepasselijke termijnen bij koopovereenkomsten.
Vooreerst voert Boek 7 een vrijwaringstermijn van tien jaar na levering in, die geldt voor elk conformiteitsgebrek (ongeacht of het gebrek al dan niet zichtbaar was). Zo kan de verkoper niet langer onbeperkt in de tijd worden aangesproken voor (verborgen) gebreken.
Daarnaast geldt nu een algemene redelijke kennisgevingstermijn. Zo stapt Boek 7 af van het principe dat vorderingen tot vrijwaring van verborgen gebreken binnen een “korte termijn” moeten worden ingesteld.
De vordering wegens een conformiteitsgebrek verjaart tot slot twee jaar na de kennisgeving ervan door de koper. En in elk geval vervalt het recht van de koper na tien jaar en drie maanden vanaf de levering.
Bovengenoemde termijnen zijn, in het geval van een B2B-verhouding, van aanvullend recht, zodat partijen daarvan onderling kunnen afwijken. Een afwijkend beding mag de verbintenis evenwel niet volledig uithollen, noch mag het strijdig zijn met de openbare orde of bepalingen van dwingend recht. Zo zal bijvoorbeeld een vrijwaringstermijn van twee dagen volstrekt ontoereikend zijn bij de verkoop van duurzame goederen, zoals industriële machines of verwarmingsinstallaties, en aldus de koopovereenkomst uithollen. Bij bederfelijke goederen kan een vrijwaringstermijn van twee dagen daarentegen wél een redelijke termijn vormen. De beoordeling dient derhalve steeds in concreto te gebeuren.
Tot slot worden de sancties in geval van conformiteitsgebreken niet langer geregeld in een koop-specifiek sanctiestelsel. In plaats daarvan verwijst Boek 7 uitdrukkelijk naar de gemeenrechtelijke sancties van Boek 5 BW, i.e. vervanging, herstel, ontbinding van de overeenkomst, prijsvermindering en schadevergoeding.
De dienstenovereenkomst
Een ééngemaakte dienstenovereenkomst
Boek 7 introduceert verder één overkoepelende dienstenovereenkomst, die onder meer de klassieke aannemings-, bewaargevings- en lastgevingsovereenkomst omvat, en gedefinieerd wordt als een contract waarbij een opdrachtnemer zich ten aanzien van een opdrachtgever verbindt om een materiële of intellectuele opdracht te verrichten, zonder dat dit in een ondergeschikt verband gebeurt.
De nieuwe regeling rond dienstenovereenkomsten stelt daarbij eveneens het conformiteitsbegrip centraal, dat nauw aansluit bij het gelijknamige begrip uit de koopovereenkomst.
Algemene opzegmogelijkheid voor de opdrachtgever
Een opvallende nieuwigheid in deze gemene dienstenovereenkomst betreft de mogelijkheid van de opdrachtgever om de dienstenovereenkomst van bepaalde duur eenzijdig op te zeggen. Waar onder het oude recht enkel een aannemingsovereenkomst tegen vaste prijs te allen tijde door de opdrachtgever kon worden beëindigd, wordt deze mogelijkheid nu uitgebreid naar alle dienstverleningsovereenkomsten van bepaalde duur. Onder het oude recht kon een opdrachtgever alleen een aannemingsovereenkomst tegen een vaste prijs op elk moment beëindigen. Onder het nieuwe recht wordt deze beëindigingsmogelijkheid uitgebreid tot alle dienstenovereenkomsten van bepaalde duur, behalve voor dienstenovereenkomsten waar de vergoeding voor de diensten uit een opdracht en niet uit een geldprijs bestaat.
Voor de opdrachtnemer geldt deze opzeggingsmogelijkheid enkel in geval van een kosteloos dienstencontract van bepaalde duur.
Uitbreiding van de rechtstreekse vordering
Daarnaast wordt de rechtstreekse vordering van hulppersonen ten aanzien van de opdrachtgever uitgebreid. Waar die vordering vroeger hoofdzakelijk bekend was in aannemingscontracten in de bouwsector, kan deze voortaan in alle dienstenovereenkomsten uitgeoefend worden en kan zij niet contractueel beperkt of uitgesloten worden.
De dading
Tot slot worden de regels inzake dadingen sterk vereenvoudigd. Een dading is een overeenkomst waarbij de partijen, door wederzijdse toegevingen, een geschil beëindigen of vermijden. Die wederzijdse toegevingen worden nu expliciet opgenomen als essentieel bestanddeel van de wettelijke definitie van de dading.
Nieuw is dat de absolute schriftvereiste wordt verlaten, al blijft het in de praktijk uiteraard aangewezen om de dading te formaliseren teneinde bewijsproblemen te vermijden.
Boek 7 sluit de eenzijdige ontbinding en nietigverklaring van een dading door kennisgeving uit. Ontbinding blijft mogelijk op grond van een overeengekomen ontbindend beding. Gerechtelijke ontbinding en nietigverklaring, evenals nietigheid met wederzijds akkoord, blijven mogelijk.
Overbodige en verouderde bepalingen werden geschrapt. Voor zover Boek 7 geen specifieke regels voor de dading bevat, wordt verwezen naar de algemene verbintenisrechtelijke regels van Boek 5.
Wat betekent dit voor u?
Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek brengt een belangrijk nieuw kader voor het bijzondere contractenrecht. De wijzigingen brengen geen fundamentele omwenteling maar hebben wel een impact bij alle handelen binnen dit bijzondere contractenrecht. Bestaande clausules over onder meer (verborgen) gebreken, niet-conformiteit, aansprakelijkheid en opzegging sluiten mogelijk niet langer aan bij het nieuwe wettelijke kader.
Voor ondernemingen betekent dit in het bijzonder dat ze hun nieuwe overeenkomsten hierop moeten afstemmen en bestaande standaardovereenkomsten moeten herzien.
De nieuwe regels zijn in beginsel van toepassing op overeenkomsten die vanaf 1 september 2027 worden gesloten. Overeenkomsten die vóór die datum tot stand komen, blijven in principe onderworpen aan het huidige recht, tenzij de wet anders bepaalt of partijen, waar mogelijk, vrijwillig voor de toepassing van het nieuwe recht kiezen.
Toch is het aangewezen om niet tot 2027 te wachten. Veel modelcontracten, raamovereenkomsten, algemene voorwaarden en andere standaarddocumentatie die vandaag worden opgesteld, zullen ook na de inwerkingtreding van Boek 7 nog worden gebruikt. Een tijdige herziening voorkomt dat deze documenten vanaf 1 september 2027 niet langer aansluiten bij het nieuwe wettelijke kader. KPMG Law ondersteunt u hier graag bij. Neem gerust contact met ons op via onderstaande contactgegevens voor vragen of verdere ondersteuning.
Dit artikel werd geschreven door Arthur Lahousse en Matthias Verfaille.
Related news:
Hoe kunnen we helpen?
Ontdek onze expertises